Wilde dieren met 73 procent erop achteruitgegaan sinds 1970, maar er is een beetje hoop
In dit artikel:
Wereldwijd zijn populaties van in het wild levende gewervelde dieren tussen 1970 en 2022 gemiddeld 73 procent kleiner geworden. Dat blijkt uit het tweejaarlijkse Living Planet Report van WWF en de Zoological Society of London, gebaseerd op 35.803 populatietrends van 5.790 soorten op land, in zoet water en in zee. Het rapport meet dus niet hoeveel individuele dieren er wereldwijd zijn, maar hoe populaties zich ontwikkelen.
De achteruitgang doet zich op elk continent voor en is het sterkst in Latijns-Amerika, waar de natuur in 1970 nog relatief intact was. Zoetwaterecosystemen verloren gemiddeld 85 procent, tegenover 69 procent op land en 59 procent in zee. Belangrijke oorzaken zijn het verlies en de aantasting van leefgebied, overexploitatie, klimaatverandering, vervuiling, invasieve soorten en ziekten. Ontbossing voor landbouw kostte tussen 1990 en 2020 naar schatting 420 miljoen hectare bos. Ook stroperij, dammen, droogte, hitte en bijvangst bedreigen soorten zoals orang-oetans, bosolifanten, giraffen en zeeschildpadden.
WWF noemt het cijfer alarmerend, maar benadrukt dat natuurbescherming resultaat kan opleveren. Sinds 1993 zouden beschermingsmaatregelen 32 vogelsoorten en 16 zoogdieren voor uitsterven hebben behoed. De helft van de onderzochte populaties is inmiddels stabiel of vertoont groei. Gerichte visserijregels hielpen de blauwvintonijn herstellen, terwijl internationale bescherming de groene zeeschildpad, tijger en savanne-olifant ten goede kwam. Lokale initiatieven maakten onder meer een verdubbeling van de kleine geelkuifkaketoe in Indonesië en een sterke groei van de laysanalbatros in Mexico mogelijk. Volgens WWF kunnen zulke voorbeelden de wereldwijde trend keren, al zijn langdurige inspanningen en betere bescherming van leefgebieden noodzakelijk.
Vandaag Inside: Nico Dijkshoorn vertelt over bizarre fascinatie; René van der Gijp weet niet wat hij hoort!