Bever, marter en vos leven al in de stad en er komen meer soorten aan
In dit artikel:
Op een doordeweekse schemeravond in het centrum van Tilburg loopt niet een gewone kat over een schutting, maar een steenmarter — een dier dat steeds vaker in de stad opduikt. Stadsecoloog Rob van Dijk ziet dat als een positief signaal: door het stoppen met de jacht en het terugwinnen van leefgebied herstellen vroeger zeldzame soorten geleidelijk. Als voorbeeld noemt hij eerder zeldzame boomkikkers in de Reeshof die nu op meerdere plekken voorkomen.
Van Dijk volgt de stadsfauna met wildcamera’s en ziet daarnaast een toename van aanrijdingen als trieste indicator van meer wilde dieren. Voorwaarde voor hun aanwezigheid zijn verbindingen tussen stad en buitengebied: groenstroken, parken en beken fungeren als 'snelwegen' voor dieren. De bever zwom vanuit Oisterwijk via de Voorste Stroom het Leijpark in en knaagt daar wel aan bomen, zonder nog een burcht te bouwen — gewoon een nieuwe stadsbewoner, aldus Van Dijk.
Ook het Spoorpark illustreert hoe spontaan groen zich in de stad kan ontwikkelen: op een stukje rangeerterrein ontstond bos, met daarbinnen zangvogels en in de schemering tientallen konijnenholletjes. Kleine waarnemingen — zoals een mogelijk opgegeten eendenei — wijzen volgens Van Dijk op actieve roofdieren zoals de steenmarter.
Vooruitkijkend verwacht hij dat binnen tien jaar soorten als de otter hier kunnen verschijnen. Tegelijk waarschuwt hij voor de opkomst van de wasbeer: een exoot die nesten en vuilnis overhoop kan halen en waarvan de komst lastig te beperken zal zijn. Boswachter Frans Kapteijns deelt die betrokkenheid bij stadsnatuur; wie meer wil horen kan zijn wekelijkse podcast Stuifmail beluisteren.
Kortom: Tilburgs groen en gerichte rust voor wilde dieren zorgen voor een merkbare herkolonisatie van de stad, met kansen en nieuwe uitdagingen voor mens en dier.