Katten maken meer slachtoffers dan kleine windmolens, toch waarschuwen onderzoekers provincie Groningen: 'Zet de wieken stil in augustus'

dinsdag, 17 maart 2026 (17:59) - Dagblad van het Noorden

In dit artikel:

Vier jaar lang telde onderzoeksbureau Ecosensys de slachtoffers onder vogels en vleermuizen bij kleine windturbines (ashoogte tot 15 meter) in Groningen en Friesland. Uit die telling blijkt dat zulke ‘erfmolens’ per stuk relatief weinig schade veroorzaken: gemiddeld 2,2 vogels en 0,84 vleermuizen per turbine per jaar. In Groningen staan inmiddels zo’n vierhonderd van deze molens, en in heel Nederland circa 850; op basis van de studie zou dat landelijk neerkomen op ongeveer 1.870 dode vogels en 714 dode vleermuizen per jaar — een hoeveelheid die in verhouding zeer klein is tegenover het geschatte jaarlijkse sterftecijfer door katten (circa 18 miljoen vogels).

Toch signaleert Ecosensys dat de totale sterfte bij de onderzochte 400 molens te hoog is en dat bepaalde soorten vaker dan gemiddeld worden gevonden: wilde eenden en huiszwaluwen onder de vogels, en bij vleermuizen vooral de rosse en tweekleurige soorten. Er is bovendien een sterke piek in vleermuissterfte in augustus: “Dat is de maand waarin we 70 procent van alle gedode vleermuizen hebben gevonden,” aldus onderzoeker Bob Jonge Poerink — die dit toeschrijft aan uitvliegende jongen en de baltstijd van sommige soorten.

Op basis van de bevindingen doet Ecosensys meerdere aanbevelingen: turbines tijdens augustus stilzetten, nieuwe plaatsing verder van boerderijen toestaan (sterfte neemt af naarmate afstand tot de huiskavel groter is) en standaard een ecologische quickscan verplichten bij nieuwe installaties. Gedeputeerde Marian van Dijken (BBB) wil deze adviezen in een provinciaal beschermingsprogramma verwerken; Groningen overweegt ook de maximumhoogte voor kleine turbines te verhogen naar 20 meter om boeren betaalbare, stabiele energie te bieden. Branchevereniging NedZero noemt de uitkomsten steunend en pleit eveneens voor verplichte quickscans.

De studie plaatst kleine turbines in perspectief met grote windparken: bij megamolens ligt de botsingssterfte veel hoger (landelijk gemiddeld zo’n 20 vogels per molen, in de Eemshaven rond de 30), en maatregelen zoals het gedeeltelijk zwart verven van wieken leverden wisselende resultaten op. De discussie draait daarmee om het vinden van een evenwicht tussen lokale duurzame energieopwekking voor boeren en het terugdringen van de impact op kwetsbare vogel- en vleermuispopulaties.