Dieren zijn voor de mens geschapen, niet andersom

maandag, 31 augustus 2026 (11:21) - Reformatorisch Dagblad

In dit artikel:

De auteur betoogt vanuit christelijk perspectief dat dierenwelzijn belangrijk is, maar nooit ten koste mag gaan van de zorg voor mensen. Dieren maken volgens hem deel uit van Gods schepping en christenen hebben de plicht ze niet te mishandelen of uit te buiten. Wreedheid tegenover dieren zou getuigen van een gebrek aan barmhartigheid.

Tegelijkertijd waarschuwt de auteur voor een vervaging van de grens tussen mens en dier in de westerse samenleving. Hij wijst erop dat de eerste Britse dierenwelzijnsorganisatie, opgericht in 1824, zestig jaar vóór de vergelijkbare organisatie voor kinderen ontstond. Ook geeft hij aan dat het Britse publiek jaarlijks naar schatting 1,7 miljard pond meer aan dierenwelzijn doneert dan aan doelen voor mensen. Volgens hem laat dit zien dat dieren soms een te hoge plaats krijgen, mede doordat mensen zichzelf door evolutionaire opvattingen uitsluitend als dieren zijn gaan zien.

De auteur noemt huisdieren wel degelijk waardevol. Ze kunnen kinderen leren verantwoordelijkheid te nemen voor de schepping en gezelschap bieden aan alleenstaanden. Maar dieren zijn volgens zijn Bijbelse uitleg geen mensen, dragen niet het beeld van God en hebben geen onsterfelijke ziel. Daarom keert hij zich ook tegen het behandelen van dieren als vervanging voor kinderen en tegen het begraven van huisdieren op begraafplaatsen. De Kerk van Engeland krijgt daar volgens hem steeds vaker verzoeken over; in Engeland is dit nog verboden, terwijl de Australische deelstaat Victoria het vorig jaar toestond.

Zijn conclusie is dat mensen goed voor dieren moeten zorgen als Gods schepselen, maar hun eerste verantwoordelijkheid ligt bij de medemens, vooral bij mensen in nood.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: In beeld: Oranje traint in aanloop naar het Nations League-duel met Servië